Twee paar nieuwe ogen

28 juli 2022

Beek in het regenwoud met een gevallen boomstam en palmen

Geen dag is hetzelfde in Suriname, maar na 5 maanden,
150 ontbijtjes in de Surinaamse ochtendzon, 200 koude douches, 1000 liter zweet,
70 porties rijst, 40 rotiplaten, 90 diensten op de SEH en 2100 fietskilometers,
sluipt ook hier de routine erin! En juist daarom was het zo leuk om de
afgelopen twee weken Suriname weer door twee paar nieuwe ogen te bekijken. Ik
had namelijk hooggeëerd bezoek van mam en pap!

Boot met iemand met een strohoed op een brede rivier onder een blauwe lucht met wolken

Ook voor mij was het een nieuwe kant van
Suriname, want we bleven niet alleen op het bekende terrein van Nickerie en
Paramaribo: Nee, we zijn diep de binnenlanden ingetrokken! En niet zomaar een
stukje: Na 2 volle dagen varen met een korjaal (= boot gemaakt van een
boomstam), die we geregeld door sterke stroomversnellingen moesten trekken, waren
we ver weg van de bewoonde wereld én middenin het Amazone gebied van Suriname.
Waar we precies zaten is wat moeilijk uit te leggen, want we zijn verder
gevaren dan dat de gemiddelde kaart afbeeldt. (Voor de fanatieke speurzoekers
onder ons: Sintia-dam) Kortom, we waren op avontuur! In dit gebied zwaaien de
Saramacca Marrons de scepter, we hadden dan ook 3 Marron mannen mee die de
jungle op hun duimpje kenden. De Marrons zijn de nakomelingen van vroeger weg
gelopen slaven. Qua uiterlijk zou je ze niet kunnen onderscheiden van de
(stadse) Creolen, maar ze hebben hun eigen taal, eigen tradities, eigen geloof
en eigen levensstijl.

Open houten hut met een afdak en hangmatten in het bos
Open plek in het bos met bananenplanten en een kleine houten hut

Ons basiskamp, slapen in de hangmat!

Wij waren natuurlijk diep onder de indruk van het leven in de Marron dorpen, de
prachtige rivier vol met piranha’s (ook lekker om te eten!), alle kleuren groen
en de vele dieren: Papegaaien, toekans, gifkikkers, kogelmieren, de bladpad, brulapen,
doodskopapen, zijde-apen, kapucijnenapen en niet te vergeten; de grootste spin
ter wereld: De Goliath spin.

Maar het meest waren we nog onder de indruk van de originele Surinaamse
dierennamen: Zoals boomkip (=leguaan), waterkip (=kaaiman) en boskip (= soort
van fazant die in de jungle leeft). Maar
ook de bospolitie: een vogeltje die iedereen waarschuwt als er iets in de
jungle gebeurd. En nog zo’n mooie, het woord voor storm: Sibibusi, wat
letterlijk ‘bezem door het bos’ betekent.

Grote bruine spin op een groen blad boven het water
Twee vrouwen, van achteren gezien, kijken uit over het water

Goliath spin én waterkip!

Na 6 dagen waren we compleet verjungled en was het tijd om het bos in te ruilen voor
de houten stad: Paramaribo. Inmiddels ben ik nu een aantal keer in ‘De Stad’
geweest. Voor Nederlandse begrippen is het meer een stadje, en je
hebt dan ook niet het gevoel dat je in een hoofdstad bent. Paramaribo in één
woord? Vervallen… Tja, het is niet positief, maar ik kan er echt niets anders
van maken. Als zelfs het Ministerie van Huisvesting bijna uit elkaar valt, dan
zegt dat genoeg. Het is ook mooi, of eigenlijk; je ziet dat het ooit mooi was.
Prachtige houten huizen met veranda’s staan overal door de stad, helaas staan
ze stuk voor stuk op instorten.

Wit houten huis met rood dak en balkon in een stad
Vervallen houten huis van drie verdiepingen met een muurschildering ervoor

In Paramaribo komt de Surinaamse bevolkingsmix
echt samen en staan de kerk, moskee, hindoestaanse tempels en synagoge binnen
een kilometer afstand van elkaar staan. Dat blijft bijzonder! Naast deze Surinaamse
bevolkingsmix, heb je nog extra bevolkingsgroep: De Nederlandse stagiairs. Waar
ik in Nickerie altijd wild zwaaiend en hallo roepend reageer zodra ik een
Nederlander zie (want ja die zijn er niet veel te spotten), is het in
Paramaribo heel normaal om Nederlanders tegen het lijf te lopen. Of nouja
lopen…. eerder fietsend. Geen kip bedenkt het om te fietsen in Paramaribo, maar
uiteraard trekken de Nederlanders zich daar niets van aan en zie je de stagiairs
slingerend langs de kuilen zich een weg door het chaotische verkeer banen.

Nog een verschil met Nickerie is de criminaliteit.
Helaas is Paramaribo behoorlijk crimineel geworden de afgelopen jaren, waardoor
je niet meer veilig over straat kan zodra het donker is. Wat een verschil met
Nickerie, waar ik altijd zonder problemen op mijn fietsje overal naartoe cross!
Kortom, de 240 kilometer lange rechte weg tussen Paramaribo en Nickerie zorgt
voor de nodige verschillen. Over die weg binnenkort meer, want volgende week
staat hét op de planning: Dé fietstocht Paramaribo-Nickerie. Zal ik de strijd
tegen de verzurende benen, brandende zon, en het smeltende asfalt winnen?
Jullie horen het volgende week!

Kookplek in het bos met pannen boven een vuur en een metalen teil met vis

Vers gevangen piranha als diner

Stromend water over rotsen in een rivier met bos op de achtergrond

Na 2 dagen varen, heb je wel een prachtig uitzicht vanuit je hangmat!

Houten kano op de rotsen bij een stroomversnelling, met spullen ernaast

De korjaal moest meerdere keren door de sterke stroomversnellingen!

Wandelaar met stok loopt door een snelstromende beek in het regenwoud
Drie mensen in een smalle rode boot, met vis op de bodem

Bigi Pan (natuurgebied vlakbij Nickerie), leren vissen van Stephanie!

Kidogo kidogo hujaza kibaba

Beetje bij beetje raakt de maat vol.

Reacties

Geef een reactie

Karibu!

Geen verhaal missen?

Laat je e-mailadres achter. Zodra er een nieuw verhaal online staat, krijg je een mailtje.

Afmelden kan altijd. De mail komt van welkom@flotteverhalen.nl.