
Tijd om jullie eens
mee te nemen “de straat” (barabara) op. Wat zie je nou eigenlijk als je hier een rondje met
mij zou lopen?
Allereerst zie je:
mensen! Om precies te zijn: Tanzanianen van de stam Sukuma. De Sukuma-stam is
de grootste stam van deze regio en veel mensen spreken hier dus naast Swahili
ook Kisukuma. Als ik mijn enige woordje Kisukuma roep: Wangaruka (goede dag),
dan begint iedereen van oor tot oor te lachen.

Op straat is het
een kleurige bedoeling met alle vrouwen die in Kitenges (doeken) lopen. Een
kitenge wordt gebruikt als rok, maar ook de kinderen worden gedragen op de
rug in zo’n doek. Waar je in Nederland kersverse ouders ziet struggelen met de
draagzak, is het hier doodnormaal om een kind de hele dag op je rug te dragen
en ondertussen onkruid te wieden op je shamba of een stapel mango’s op je hoofd
te dragen.
Want dat op je
hoofd dragen van spullen zie je hier heel veel. Alle vrouwen balanceren met
gemak manden met bananen, tonnen water of stapels hout op hun hoofd. Ook de
kinderen leren het al van jongs af aan en helpen de moeders met alle spullen
naar de markt dragen.

En al deze gewassen
komen van de vele shamba’s: De akkers. Bijna alle grond is hier landbouwgrond. De
meeste mensen zijn boer en verbouwen groentes die ze zelf eten en op de
markt verkopen. Iedereen heeft hier z’n eigen shamba waar met de hand
geschoffeld, geploegd en gewied wordt. Cassave is het hoofdgewas, maar je ziet
ook een shamba’s met rijst, mais, ananassen of bonen. In ons tuintje ben ik ook
een shamba begonnen, tot nu toe komen er een paar sprietjes omhoog die ik
vervolgens vergeet water te geven. Kortom, Tanzaniaans shamba-en moet ik nog
leren!
Naast de shamba’s
heb je hier ook mango bomen, en niet een paar, maar heeeeeeel veel. In december
is het mango seizoen, dus ik ben nu al mango-recepten aan het verzamelen: mango-ijs,
mango-chutney, mango-cake, mango-juice, mango-….., kortom mango-recepten zijn
welkom! Er groeien nu al kleine groene mango’s aan de bomen, en alle kinderen
vinden het maar al te leuk om die eruit te gooien met stenen.

Naast alle kleurige
kitenges en groene shamba’s heb je hier ook veel bruin-tinten: Namelijk zand en
stof. Alleen de hoofdweg is geasfalteerd en voor de rest zijn alle wegen hier
onverhard. In het droge seizoen (nu) zorgt dat voor de nodige stof. Auto’s zie
je hier weinig, dus de meeste mensen verplaatsen zich lopend, fietsend, op de
pigipigi (motor) of in een bajaj (tuktuk). De weg moet vaak gedeeld worden met
de vele geiten en kuddes koeien.
En dan natuurlijk
niet te vergeten: Het niet zien, maar het horen van het straatleven! En dat
bestaat vooral uit: “Mzungu, Mzungu, Mzungu!” (=witte). Kortom, er valt niet
alleen veel te zien hier, maar te horen en te ruiken net zoveel!

De markt in Mwanza

Dé voetbalwedstrijd van Tanzania kijken: Yangu tegen Simba

Wildkamperen!

De mangoboom bij ons huis

In de bajaj