
Als je vader journalist is, kan je zijn Sengerema observaties niet aan jullie ongelezen laten, daarom bij deze een gastblog van een Mzee:
Lotte in Tanzania,
een half jaar lang. Natuurlijk laten wij (Ingrid en Gerrit) de gelegenheid
niet voorbij gaan om bij haar op bezoek te gaan. Maar liefst een maand lang
gaan wij door Tanzania, waarvan 4 dagen bij onze dochter. We zijn nog maar een
week onderweg, maar de indrukken zijn geweldig en overweldigend.
Laat ik beginnen
bij de taal. Ik heb er een week over gedaan, voordat ik begreep dat “mambo” “goedendag”
betekent. Maar met “Djambo” begroeten de Tanzanianen alleen een toerist. En zeg
vooral niet “Hakuna Matata (geen probleem, don’t worry), want dat slaat nergens
op, alleen op toeristeneiland Zanzibar, maar niet hier in het binnenland waar
Lotte verblijft.

Ik was al snel
onder de indruk hoe goed Lotte zich in het Swahili weet te redden. Het zijn
hele gesprekken. En dat met iedereen: De buurvrouw, de taxichauffeur en de
verkoper op de markt. Knap, maar het is niet wat het lijkt. Bij iedere ontmoeting
wordt vervolgens de hele familie doorgenomen. “Dag, alles goed?” “Ja en met
jou?” “Ja met de moeder, vader, opa, oma? Hoe is het weer? Enz. enz.” Kortom, steeds
weer een heel verhaal, maar de tomaten zijn nog niet gekocht. Maar het is een en
al vriendelijkheid en daar gaat het om. Na 3 dagen op pad kan ik toch al een
paar woorden: Asante (Dankjewel), Karibu (welkom) en geen deurbel is zeg ik
Hodi Hodi, wat zoiets als “klop klop” betekent. En soms herken ik het woordje “mzee”
als iemand wat tegen mij zegt, “mzee” betekent zoiets als ‘oude meneer’ (heb ik
onthouden omdat het op ‘museum’ lijkt en dat associeer ik ook met ‘oud’). Nu
ben ik met mijn 64 jaar ook oud voor Tanzaniaanse begrippen, want de meeste
mensen halen dat niet. Geen wonder, want als je ziek bent hier, dan loop je een
groot risico het lootje te leggen.

En daarmee kom ik
bij het ziekenhuis. We hebben een middagje in het ziekenhuis mogen kijken. Tenminste,
over de gangen gelopen. Op de zalen, dat kan natuurlijk niet. Ik was onder de
indruk; het OK-gedeelte ziet er goed uit, met dank aan de donateurs van de
Stichting Simba. De andere ruimtes zijn een stuk minder. In de ruimte waarde
moeders liggen bij te komen van de bevalling (die altijd pittig zijn, want
anders doe je dat wel thuis), liggen de kersverse moeders dicht op elkaar met
minimale (zeg maar geen) privacy. En de couveuses zien er zo’n beetje uit als
de kweekbakjes waar ik mijn tomaten in heb staan.
Dan de organisatie
van de zorg: Bijna niemand is hier verzekerd, maar alles draait om geld. Kom je
binnen op de spoed met een ontstoken wond, dan moet je eerst een spuit kopen en
vervolgens handschoenen voor de verpleging, vervolgens antibiotica, vervolgens
verband enz. enz. Geen geld? Dat is jammer. Dan kan je naar huis en ben je
aangewezen op de ‘traditional healer’. De stichtingen en initiatieven die vanuit
Nederland wordt georganiseerd zijn dan ook meer dan welkom. En je hoort mij
niet meer klagen over de zorg in Nederland.

En dan komen we bij
Lotte, haar huisgenoot Charlotte en de andere artsen die vanuit Nederland hier
werken. Het was een feest om 3 dagen bij Lotte en Charlotte te gast te zijn.
Een en al vrolijkheid en energie. Charlotte praat meer én sneller dan de
hoeveelheid rijpe mango’s die van de boom in hun tuin vallen (niets dan goeds
daarover Charlotte) en Lotte houdt het overzicht over de te bereiden maaltijd.
Tussen het bakken van de aubergines door wordt er nog even een stuit bevalling
doorgenomen en overlegd of er nog wat zout bij de chapati’s moet.
En wat neem ik mee uit Tanzania?
Hakuna Matata en Pole pole
(geen zorgen en rustig aan)

Eén reactie
Lotte heeft dat leuke schrijven niet van een vreemde 😉 Mooie ervaring lijkt me!